Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Artikel 6
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Pré Wonen verhuurt sinds 2014 een sociale huurwoning aan [geïntimeerde]. Na signalen van woonfraude en meerdere huisbezoeken waarbij [geïntimeerde] niet werd aangetroffen, stelde Pré Wonen vast dat hij de woning niet als hoofdverblijf gebruikte en deze aan derden in gebruik gaf zonder toestemming. Tevens bedreigde [geïntimeerde] een medewerker van Pré Wonen telefonisch.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vorderingen van Pré Wonen af, omdat onvoldoende was bewezen dat [geïntimeerde] niet zijn hoofdverblijf had en de bedreiging niet zwaar genoeg werd geacht. Het hof oordeelt anders en stelt dat Pré Wonen voldoende bewijs heeft geleverd, waaronder verklaringen van omwonenden en watermeterstanden, en dat [geïntimeerde] niet aan zijn verzwaarde motiveringsplicht heeft voldaan.
Het hof concludeert dat [geïntimeerde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, waardoor ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd zijn. De beslissing over de door Pré Wonen gevorderde boete wordt aangehouden om nader te onderzoeken of het boetebeding niet oneerlijk is volgens de consumentenrichtlijn.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de ontbinding en ontruiming van de sociale huurwoning toe wegens het ontbreken van hoofdverblijf en onrechtmatige onderverhuur.