ECLI:NL:GHAMS:2025:1230
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende stabiliteit en naleving
De zaak betreft het hoger beroep van een schuldenaar tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. De schuldenaar stelde dat hij zijn financiële situatie had gestabiliseerd en gemotiveerd was zijn schulden te saneren, mede door een WIA-uitkering en een leerproces.
Het hof oordeelde dat de schuldenaar niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven. De negatieve advisering van de schuldhulpverlener, het ontbreken van beschermingsbewind en het stoppen van het budgetbeheer gaven onvoldoende vertrouwen in de stabiliteit van de situatie.
Hoewel de schuldenaar een GGZ-behandeltraject volgde, achtte het hof dit onvoldoende voor een stabiele financiële situatie. Het hof benadrukte het belang van professionele hulp bij het verantwoord omgaan met geld. Het verzoek werd daarom in hoger beroep eveneens afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het hof stelde dat de schuldenaar op termijn opnieuw een verzoek kan indienen indien hij kan aantonen dat zijn situatie stabieler is geworden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen.