Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
€ 8.856,-(tarief VI, 2 punten)
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert een particuliere klant van Rabobank schadevergoeding wegens het niet toestaan van verhuur van een aan de bank verhypothekeerde woning, het in rekening brengen van een liquiditeitsopslag en de opeising van een overbruggingskrediet, gevolgd door aanzegging van openbare verkoop van de woning.
De rechtbank had deze vorderingen afgewezen, en het hof bekrachtigt dit vonnis. De klant stelde dat Rabobank onrechtmatig had gehandeld door geen toestemming te geven voor verhuur, onterecht liquiditeitsopslag in rekening te brengen en het krediet voortijdig op te eisen. Het hof oordeelde dat Rabobank terecht het huurbeding handhaafde, dat de liquiditeitsopslag rechtsgeldig was en dat de opeising van het krediet binnen de contractuele en wettelijke kaders viel.
Het hof overwoog dat de klant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Rabobank instemde met verhuur, dat de liquiditeitsopslag correct was verrekend en dat de opeising van het krediet niet onredelijk was, mede gelet op de marktomstandigheden en de looptijd van het krediet. De vorderingen tot schadevergoeding en terugbetaling werden afgewezen, en de klant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de klant af.