De stichting verhuurt sinds 1995 bedrijfsruimte in het monument De Waag aan het café-restaurant via een onderhuurovereenkomst die in 2010 is verlengd en nog steeds van kracht is. De stichting vordert beëindiging van deze overeenkomst omdat zij de ruimte dringend nodig heeft voor eigen gebruik, namelijk het realiseren van een publieks- en presentatieruimte met een klein ondersteunend horecagedeelte.
De kantonrechter wees deze vordering af vanwege bijzondere omstandigheden en een langdurige samenwerking tussen partijen. Het hof stelt vast dat sinds 2010 sprake is van een gewone huurovereenkomst zonder bijzondere samenwerkingsafspraken en dat de stichting zich op de wettelijke opzeggingsgronden kan beroepen.
Echter heeft de stichting onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de ruimte dringend nodig heeft. De voordelen van eigen gebruik zijn onvoldoende concreet onderbouwd en de afhankelijkheid van subsidies en de beperkte duur van de hoofdhuurovereenkomst spelen mee. Ook de belangenafweging weegt niet in het voordeel van de stichting, omdat het café-restaurant haar exploitatie en werkgelegenheid verliest.
Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de kantonrechter, wijst het hoger beroep af en veroordeelt de stichting in de proceskosten van het hoger beroep.