ECLI:NL:GHAMS:2025:1454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bestendigde gedragsverandering
De appellant heeft in hoger beroep verzocht alsnog te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro (hardheidsclausule). Hij erkent dat hij nog stappen moet maken, maar stelt dat hij zijn verslaving onder controle heeft en binnenkort een behandeling zal starten. Het hof constateert dat sinds 2019 beschermingsbewind is ingesteld en dat de communicatie met de bewindvoerder goed verloopt. De appellant heeft een intakegesprek gehad bij een verslavingskliniek en wil ook psychologische hulp zoeken.
Desondanks gebruikt appellant nog wekelijks cocaïne, wat een belemmering vormt voor een stabiele situatie. De behandeling moet nog starten en het resultaat daarvan is onzeker. Het hof vindt dat de veranderingen in leef- en zorgsituatie nog te kort duren en onvoldoende bestendig zijn om te concluderen dat appellant de schulden en de oorzaken daarvan afdoende onder controle heeft. Daarom is toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te prematuur.
Het hof waardeert de inspanningen van appellant en geeft hem de mogelijkheid om in de toekomst, wanneer de behandeling succesvol is afgerond en de verslavingsproblematiek onder controle is, opnieuw een verzoek tot toelating in te dienen. Het bestreden vonnis van de rechtbank, waarin het verzoek werd afgewezen, wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende bestendige gedragsverandering en voortgezet drugsgebruik.