ECLI:NL:GHAMS:2025:1490
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar achtjarige dochter heeft verleend. De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en verzoekt om afwijzing of verkorting van de duur tot drie maanden. De Raad voor de Kinderbescherming steunt de machtiging en benadrukt de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige.
Het hof stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is. De kinderrechter heeft op grond van artikel 1:265b BW de gecertificeerde instelling gemachtigd de minderjarige uit huis te plaatsen vanwege de noodzaak voor haar verzorging en opvoeding.
Uit het dossier en de zitting blijkt dat de moeder onvoldoende opvoedvaardigheden heeft en dat de minderjarige vanwege haar licht verstandelijke beperking extra zorg, structuur en begeleiding nodig heeft. Sinds de plaatsing in het gezinshuis is de minderjarige positief ontwikkeld. De moeder heeft de samenwerking met hulpverlening gestaakt en het contact met de minderjarige was lange tijd beperkt. Het hof oordeelt dat de machtiging terecht is verleend en nog steeds noodzakelijk is. Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en blijft noodzakelijk.