ECLI:NL:GHAMS:2025:1505
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over hoogte van de koopprijs van een restaurant en bewijslevering
Deze zaak betreft een geschil over de hoogte van de koopprijs van een restaurant dat appellant aan geïntimeerde heeft verkocht. Appellant stelt dat de werkelijke koopsom € 40.000,- bedroeg, terwijl in de schriftelijke koopovereenkomst € 20.000,- is vermeld. Het hof heeft appellant in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren, onder meer door het overleggen van bankafschriften en getuigenverklaringen.
Uit de bewijswaardering blijkt dat appellant niet is geslaagd in het leveren van het bewijs dat de koopsom € 40.000,- bedroeg. De bankafschriften tonen stortingen pas eind september 2019, terwijl appellant stelde dat contante betalingen al in augustus 2019 hadden plaatsgevonden. Ook is niet aannemelijk gemaakt waarom grote contante bedragen werden aangehouden terwijl appellant op vakantie was.
Het hof overweegt dat de schriftelijke koopovereenkomst met een koopsom van € 20.000,- geldt en dat appellant het risico draagt om het tegendeel te bewijzen. De aanvullende verklaringen van getuigen en partner van appellant wegen onvoldoende. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarin de vordering van appellant is afgewezen en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.