Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1660

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
23-002110-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning

De verdachte werd verdacht van het verrichten van beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning op of omstreeks 1 februari 2023 te Schiphol met een vrachtauto. Hij werd tijdens een transportcontrole aangehouden omdat hij niet beschikte over een eigen NIWO-vergunning, maar wel een vergunning toonde van een firma waarvoor hij in dienst was.

De verdachte overlegde een arbeidsovereenkomst waaruit bleek dat hij per 1 januari 2023 in dienst trad bij de firma en onder hun vergunning beroepsvervoer mocht verrichten. Hoewel vanaf februari 2023 geen loonheffing werd afgedragen, was dit onvoldoende om te bewijzen dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd.

Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van beroepsvervoer zonder geldige communautaire vergunning wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002110-24
datum uitspraak: 15 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-027804-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1973,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
15 mei 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 1 februari 2023 te Schiphol, in elk geval in Nederland, op en/of in de omgeving van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Folkstoneweg, als een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder, beroepsvervoer heeft verricht, althans heeft doen verrichten, met een vrachtauto (motorvoertuig of samenstel van voertuigen), te weten een bedrijfsauto (gekentekend [kenteken 1] en/of [kenteken 2] ), zonder (geldige) daartoe verleende communautaire vergunning.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,00 waarvan € 2.000,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

De verdachte is op 1 februari 2023 onderworpen aan een algehele transport controle. Hij reed op dat moment in een voertuig dat uitsluitend werd gebruikt en was ingericht voor het vervoer van goederen. Hij beschikte niet over een eigen NIWO-vergunning maar toonde wel een NIWO-vergunning van de firma [bedrijf] B.V. Vast staat dat de verdachte op 31 januari 2023 in dienstbetrekking was van [bedrijf] B.V. en dat hij onder hun vergunning beroepsvervoer mocht verrichten. De verdachte heeft een getekende arbeidsovereenkomst overgelegd, inhoudende dat hij per 1 januari 2023 in dienst trad bij [bedrijf] B.V. en dat die arbeidsovereenkomst werd aangegaan voor de duur van één jaar, te weten tot en met 31 december 2023. Het enkele gegeven dat vanaf februari 2023 door die vennootschap geen loonheffing is afgedragen, is onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte daar niet langer in dienst was. Gelet hierop is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. H.A. Stalenhoef en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 mei 2025.
Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.