ECLI:NL:GHAMS:2025:1748
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgregeling, alimentatie en huurrecht na echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep over de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, de toekenning van het huurrecht van een woning en de vaststelling van kinder- en partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk tussen de man en de vrouw.
De rechtbank had het huurrecht aan de vrouw toegekend, geen zorgregeling vastgesteld en alimentatiebedragen vastgesteld. De man verzocht om een zorgregeling, het huurrecht aan hem toe te kennen en lagere alimentatiebedragen. De vrouw wilde juist hogere partneralimentatie en bevestiging van het huurrecht aan haar.
Het hof oordeelt dat de zorgregeling, die al grotendeels in de praktijk wordt uitgevoerd, wordt toegewezen. Het huurrecht blijft bij de vrouw omdat de kinderen bij haar wonen en zij de hoofdverzorgster is. De man beschikt over voldoende draagkracht, mede door zijn vermogen, om in de kosten van de kinderen te voorzien, terwijl ook van de vrouw een bijdrage wordt verlangd. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €620 per kind per maand vanaf 4 juli 2024 en €752 vanaf 1 januari 2025. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.460 per maand vanaf 29 oktober 2024 en €988 vanaf 1 januari 2025. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt een zorgregeling vast, bekrachtigt het huurrecht aan de vrouw en wijzigt de alimentatiebedragen ten gunste van de vrouw.