Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
1 juli 2024, in hoger beroep gekomen van de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) op 30 mei 2024 onder bovenvermeld zaaknummer heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking).
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
(i) die lichtkoepel er niet was ten tijde van het bestreden besluit en ten onrechte geoordeeld dat (ii) de verklaring van [bedrijf] onbetrouwbaar is en dat (iii) de VvE niet verantwoordelijk is voor de verwijdering omdat zij daartoe geen opdracht heeft gegeven.
geen lichtkoepel maar een uitsparing met opstaande randen is verwijderd. Ook zijn partijen het erover eens dat dit in opdracht van [naam 5] is gebeurd. Uit de notulen van de vergaderingen van 13 juli 2020 en 24 juni 2023 is genoegzaam gebleken dat [naam 5] op dat moment geen bestuurder meer was van de VvE en alleen al daarom niet bevoegd was een dergelijke opdracht te geven namens de VvE. Dat betekent dat de VvE in redelijkheid kon besluiten dat zij niet verantwoordelijk was voor het verwijderen van die uitsparing (door partijen ook wel lichtkoepel genoemd) en voor betaling van de kosten van herstel. [appellant] is ook inmiddels bereid die kosten voor eigen rekening te nemen maar stelt dat de VvE - als eigenaar - opdracht dient te geven opnieuw een uitsparing aan te brengen. Waar het op neerkomt is dat [appellant] daar toestemming van de VvE voor wil krijgen. Omdat er geen verzoek voorligt met die strekking, wordt aan de stellingen van [appellant] voorbij gegaan. Datzelfde geldt voor de door [appellant] overgelegde verklaring van [bedrijf] . Die is bij deze stand van zaken niet van belang. De grieven falen.
grieven 8 tot en met 10komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] moet meebetalen aan de intercom en gehouden zou zijn net als de andere leden van de VvE € 275,- per maand te betalen. [appellant] stelt dat alleen op nummer [nummer 2] een intercom aanwezig is (en dus niet op [nummer 3] ) en dat de posten energie, trappenhuis en brandveiligheid onderhoud van het trappenhuis betreffen. Daarom is [appellant] slechts gehouden tot betaling van 1/13e van de kosten daarvan en niet van 1/5e.
24 juni 2023 geen toezegging door de VvE gedaan om ‘gederfde huur’ te betalen indien een verklaring van de huurder zou worden overgelegd. In de notulen kan niet meer worden gelezen dan dat de VvE heeft aangegeven betaling te zullen overwegen wanneer vaststaat dat [appellant] huurinkomsten gederfd heeft door de lekkage. [appellant] voert aan dat zij dit bewijs heeft geleverd met de verklaring van de huurder, maar het stond de VvE vrij daar geen genoegen mee te nemen. De VvE kon dan ook in redelijkheid besluiten niet tot vergoeding over te gaan.