Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Bewijsmiddelen
aangeefster [aangeefster]:
mededeling van verbalisanten (of één van hen):
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 juli 2025 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 23 februari 2023 in een strafzaak betreffende een inbraak in een auto op de Prinsengracht te Amsterdam.
De zaak betreft een inbraak in de nacht van 27 op 28 december 2022, waarbij de verdachte samen met een medeverdachte werd betrapt terwijl zij pogingen deden het raam van een geparkeerde Volkswagen Golf open te schuiven. De politie arriveerde snel na een melding en hield beiden aan. De aangifte en het proces-verbaal van bevindingen vormden belangrijke bewijsmiddelen.
De verdediging voerde aan dat het gebruik van een stroomstootwapen bij de aanhouding tot een lagere straf zou moeten leiden, maar het hof wees dit verweer af omdat het niet voldeed aan de vereisten voor een vormverzuim en omdat het gebruik van het stroomstootwapen geen aanleiding gaf tot strafverlaging.
Het hof stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden met ruim vier maanden, maar verbond hieraan geen gevolgen vanwege de hoogte van de straf en de mate van overschrijding.
Uiteindelijk bevestigde het hof het vonnis van de politierechter, waarbij de bewijsmiddelen en strafoplegging werden toegelicht en aangevuld met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter zonder strafverlaging ondanks overschrijding redelijke termijn en gebruik stroomstootwapen.