ECLI:NL:GHAMS:2025:1898
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op contante betaling van creditsaldo na beëindiging bankrelatie
Fashion One had twee zakelijke rekeningen bij ING, welke door ING op 3 september 2019 met een opzegtermijn van drie maanden zijn beëindigd. Na beëindiging heeft ING het creditsaldo van € 492.761,98 overgeboekt naar een tussenrekening en geweigerd dit bedrag contant uit te betalen.
Fashion One vorderde contante betaling, maar de rechtbank wees dit af vanwege de veiligheidsrisico's voor ING en de onredelijkheid van de betalingswijze. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat betaling in gangbaar geld niet verplicht contant hoeft te zijn, zeker niet bij grote bedragen.
Daarnaast woog het hof mee dat Fashion One tijdens de opzegtermijn geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om contant geld op te nemen en dat zij als voormalige klant een verhoogd financieel risico vormt vanwege ongebruikelijke geldstromen. De belangen van Fashion One bij contante betaling wegen niet op tegen de veiligheidsrisico's voor ING.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Fashion One in de proceskosten.
Uitkomst: Fashion One heeft geen recht op contante betaling van het creditsaldo; het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.