ECLI:NL:GHAMS:2025:1905
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag over minderjarige wegens verstoorde ouderrelatie en belangen kind
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om gezamenlijk gezag over zijn zesjarige kind te verkrijgen. De moeder oefent momenteel het gezag uit en verzet zich tegen gezamenlijk gezag vanwege de langdurige afwezigheid van de vader en de verstoorde relatie tussen de ouders.
De rechtbank had de vader voorlopig beperkte informatie toegekend en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming ingesteld naar omgang en informatie, maar het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen. De vader wenst mede beslissingsbevoegdheid en stelt dat zijn detentie niet betekent dat hij een slechte ouder is.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar vereist dat ouders kunnen communiceren en in overleg beslissingen kunnen nemen. Gezien de angst van de moeder, het gebrek aan communicatie en het verleden van de vader acht het hof het risico te groot dat het kind klem raakt tussen de ouders. Het hof bevestigt dat het belang van het kind voorop staat en wijst het verzoek af, waarbij het contact tussen vader en kind eerst zorgvuldig moet worden opgebouwd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen af vanwege het belang van het kind en de verstoorde relatie tussen de ouders.