ECLI:NL:GHAMS:2025:1981
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag moeder over drie minderjarige kinderen
De zaak betreft de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar drie minderjarige kinderen, na een beschikking van de rechtbank Noord-Holland die dit op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming had uitgesproken. De moeder is het niet eens met deze beslissing en kwam in hoger beroep, dat door het hof werd behandeld.
De moeder verbleef tijdens de procedure in een penitentiaire inrichting en was niet aanwezig bij de zitting, ondanks dat het hof vervoer had geregeld. Haar advocaat had zich eerder onttrokken en zij had geen nieuwe advocaat. De moeder voerde onder meer aan dat het onderzoek eenzijdig was en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar visie te geven. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) stelden dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn voor de kinderen te zorgen en dat de beëindiging van het gezag noodzakelijk is in het belang van de kinderen.
Het hof concludeerde dat de moeder onvoldoende in staat is om de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding van de kinderen te dragen. De kinderen hebben behoefte aan stabiliteit en veiligheid, die zij nu bij de grootmoeder vinden. De aanvaardbare termijn voor onzekerheid is verstreken. De beëindiging van het gezag is noodzakelijk en proportioneel, waarbij de band tussen moeder en kinderen niet wordt verbroken. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en ontsloeg de bijzondere curator.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de kinderen en wijst het hoger beroep af.