Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
[appellant 3] ,
[appellant 4] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [appellant 3] ,
Gerechtshof Amsterdam
De huurder heeft jarenlang geen of te weinig huur betaald, waarbij een deel van de vordering was verjaard. In eerste aanleg werd de huurovereenkomst voorwaardelijk ontbonden en een deel van de huurachterstand toegewezen. In hoger beroep stond centraal of de huurder tijdig was gesommeerd en of de wanbetaling rechtvaardigde dat de huurovereenkomst onvoorwaardelijk werd ontbonden.
Het hof oordeelde dat de huurder wel degelijk tijdig een sommatiebrief had ontvangen, waardoor de verjaringstermijn niet zo ver terugliep als de kantonrechter had vastgesteld. De huurachterstand was daardoor hoger dan eerst aangenomen. De huurder had 73 termijnen onbetaald gelaten, ook na ontvangst van de sommatiebrief en na eigendomsoverdracht aan de huidige verhuurders.
De huurder voerde persoonlijke omstandigheden aan en een beroep op een terme de grâce, maar het hof vond dat de ernst en duur van de wanbetaling dit niet rechtvaardigden. Ook het woonbelang van de huurder woog niet zwaarder dan het recht van de verhuurder op nakoming. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de ontbinding onvoorwaardelijk toe met een ontruimingstermijn van drie maanden en veroordeling tot betaling van de huurachterstand.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt onvoorwaardelijk ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand.