ECLI:NL:GHAMS:2025:215
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind en mentorschap wegens toegenomen zelfredzaamheid betrokkene
De betrokkene is sinds 2019 onder bewind en mentorschap gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Destijds was hij jong en had hij schulden, waardoor bewind en mentorschap noodzakelijk waren. Inmiddels heeft hij een traject naar zelfstandigheid doorlopen, woont hij zelfstandig, heeft een vaste baan en regelt hij zijn financiën zelf met ondersteuning van familie en professionele hulpverleners.
De kantonrechter had in april 2024 het bewind en mentorschap gewijzigd door benoeming van een professionele bewindvoerder en mentor, wat de betrokkene aanvocht. In hoger beroep heeft het hof op basis van verklaringen van betrokkenen, brieven van werkgever en hulpverleners en de betrokkene zelf vastgesteld dat het mentorschap per direct kan worden opgeheven en het bewind met ingang van 1 april 2025, met een overgangsperiode om de betrokkene te begeleiden bij zijn zelfstandige financiële situatie.
De betrokkene is gemotiveerd en in staat om zijn verzorging en financiën zelfstandig te regelen en schakelt hulp in waar nodig. De bewindvoerder zal binnen twee maanden na 1 april 2025 de eindrekening opmaken. Het hof bekrachtigt de rest van de bestreden beschikking en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het mentorschap wordt per direct opgeheven en het bewind met ingang van 1 april 2025.