ECLI:NL:GHAMS:2025:2189

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
200.346.950/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 3 RvArt. 120 lid 3 RvArt. 353 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekzaak hoger beroep: niet-toelaatbaarheid wijziging van eis zonder betekening

In deze civiele zaak in hoger beroep zijn appellanten gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter. Geïntimeerde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. Appellanten hebben vervolgens hun eis en grondslag gewijzigd in de memorie van grieven.

Het hof oordeelt dat een wijziging van eis in hoger beroep niet toelaatbaar is zonder tijdige betekening aan de wederpartij, zodat deze op de hoogte is en kan beslissen over zijn proceshouding. Omdat appellanten deze betekening niet hebben verricht, kan het hof niet op de gewijzigde eis beslissen.

Het hof geeft appellanten de gelegenheid dit te herstellen door de memorie van grieven en het arrest bij exploot aan geïntimeerde te betekenen en roept de zaak terug op de rol voor bewijs daarvan. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen voor herstel van betekening van de gewijzigde eis aan geïntimeerde.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.346.950/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 10465404 CV EXPL 23-5785
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 augustus 2025
in de zaak van

1.[appellant 1] ,

wonend te [plaats 1] ,
2.
[appellant 2],
wonend te [plaats 1] ,
appellanten,
advocaat: mr. P.H.J. Körver te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [plaats 2] ,
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het geding in hoger beroep

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 19 maart 2024, hersteld bij exploot van 25 oktober 2024, in hoger beroep gekomen van een vonnis van 19 december 2023 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie, en [appellanten] als gedaagden in conventie, tevens eisers in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
[geïntimeerde] is in hoger beroep niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
[appellanten] hebben vervolgens een memorie van grieven ingediend, met een productie. [appellanten] hebben geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis in reconventie en tot – uitvoerbaar bij voorraad – toewijzing van hun in hoger beroep gewijzigde eis, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties, met rente.
Ten slotte is arrest gevraagd.

2.Beoordeling

2.1.
[appellanten] hebben bij memorie van grieven onderdelen van hun eis en de grondslag daarvan gewijzigd. Aangezien [geïntimeerde] in hoger beroep niet is verschenen, is een verandering van eis door [appellanten] niet toelaatbaar, tenzij [appellanten] die verandering van eis tijdig bij exploot kenbaar hebben gemaakt aan [geïntimeerde] . Uit het procesdossier blijkt niet dat [appellanten] genoemde verandering van de eis bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar hebben gemaakt. Als gevolg daarvan is [geïntimeerde] niet op de hoogte van de gewijzigde eis en heeft hij ook niet volledig geïnformeerd kunnen beslissen om al dan niet in hoger beroep te verschijnen. Het hof kan daarom geen uitspraak doen op de gewijzigde eis (vgl. artikel 130 lid 3 in Pro samenhang met artikel 353 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv).
2.2.
[appellanten] zullen in de gelegenheid worden gesteld dit te herstellen door met overeenkomstige toepassing van artikel 120 lid 3 Rv Pro de memorie van grieven en onderhavig arrest bij exploot aan [geïntimeerde] te laten betekenen, en hem daarbij tegen de hierna te noemen roldatum in het geding op te roepen. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte overlegging stukken waaruit de dienovereenkomstige betekening van de memorie van grieven en dit arrest blijkt.

3.Beslissing

Het hof:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 30 september 2025 voor een akte aan de zijde van [appellanten] met het hiervoor onder 2.2. omschreven doel;
3.2.
bepaalt dat [appellanten] deze roldatum bij exploot aan [geïntimeerde] dienen aan te zeggen met herstel van het onder 2.1. bedoelde verzuim op kosten van [appellanten] ;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J. Dun, mr. M.E. van Neck en mr. E.J. Bellaart en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2025.