Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:2422

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
200.330.642/02
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek raadsheer-plaatsvervanger wegens eerdere betrokkenheid als advocaat

In deze zaak heeft een raadsheer-plaatsvervanger van het Gerechtshof Amsterdam verzocht zich te mogen verschonen in een hoger beroepsprocedure tegen de gemeente Amsterdam. De raadsheer-plaatsvervanger was in het verleden als advocaat betrokken geweest bij een procedure waarin hij namens meerdere overheden, waaronder de gemeente Amsterdam, optrad. Deze eerdere betrokkenheid kan leiden tot de schijn van vooringenomenheid.

De wrakingskamer heeft het verzoek in raadkamer behandeld en overwogen dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de raadsheer subjectief niet onpartijdig is, de objectieve vrees voor schending van rechterlijke onpartijdigheid gerechtvaardigd is vanwege de recente advocatuur. Verschoning dient ter waarborging van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.

De wrakingskamer besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor de behandeling van de hoofdzaak door een andere raadsheer moet worden overgenomen. De beslissing is genomen door drie raadsheren-plaatsvervangers en griffier op 10 september 2025.

Uitkomst: Het verschoningsverzoek van de raadsheer-plaatsvervanger is toegewezen vanwege schijn van vooringenomenheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer : 200.330.642/02
beslissing van de wrakingskamer van 10 september 2025
op het schriftelijke verzoek van
[verzoeker]
raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam,
hierna: verzoeker,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak [appellant 2] en [appellant 1] tegen de gemeente Amsterdam, met zaaknummer 200.330.642/01.

1.De procedure

1.1.
De hoofdzaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2023.
1.2
Verzoeker heeft bij schrijven van 10 september 2025 verzocht zich in de bovengenoemde procedure te mogen verschonen.
1.3.
Het verzoek is in raadkamer behandeld.

2.Het verzoek

Ter onderbouwing van voornoemd verzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd. Verzoeker is in het verleden als advocaat betrokken geweest bij een kwestie die tot een vonnis van de rechtbank Amsterdam heeft geleid. Verzoeker trad in die kwestie op voor 29 overheden, waaronder de gemeente Amsterdam. Zijn betrokkenheid bij deze procedure kan leiden tot de schijn van vooringenomenheid.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat verzoeker – subjectief – niet onpartijdig is in het geschil dat voorligt in de hoofdzaak.
3.3.
Vervolgens dient onderzocht te worden of de aangevoerde omstandigheden niettemin een (zwaarwegende) aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.4.
De omstandigheid dat verzoeker kort geleden als advocaat één van de procesdeelnemers heeft bijgestaan, levert naar het oordeel van het hof zo’n aanwijzing op.
3.5.
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere raadsheer moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer wijst toe het verzoek van verzoeker zich van de verdere behandeling van de procedure met zaaknummer 200.330.642/01 te mogen verschonen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 10 september 2025 door mr. W.J. Blokland, mr. N. van der Wijngaart en mr. I.A. van der Burg, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend als griffier.