ECLI:NL:GHAMS:2025:2426
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tijdens pro-formabehandeling hoger beroep strafzaak
In deze zaak diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer tijdens de pro-formabehandeling van haar hoger beroep. De hoofdzaak betrof een veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor belaging en poging tot onttrekking van minderjarige kinderen aan het wettig gezag.
Verzoekster stelde dat zij tijdens de zitting te veel werd onderbroken en onvoldoende gelegenheid kreeg haar visie te uiten. Tevens kon zij volgens haar belangrijke informatie niet overleggen die noodzakelijk was voor een goed beeld van haar zaak. De raadsheer gaf aan dat hij verzoekster slechts had proberen duidelijk te maken dat zij een advocaat nodig had en haar onderbrak bij uitweidingen over niet-relevante onderwerpen.
De wrakingskamer oordeelde dat de omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzing vormen voor de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Gezien het karakter van de pro-formabehandeling en de discretionaire bevoegdheid van de voorzitter om de relevantie van informatie te bepalen, werd het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.