ECLI:NL:GHAMS:2025:2614
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand en reiskosten in hoger beroep op grond van art. 530 Sv
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam inzake een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten op grond van artikel 530 Sv Pro.
De rechtbank had het verzoek deels toegewezen en deels gematigd, met name de reiskostenvergoeding werd beperkt tot €0,28 per kilometer, terwijl de raadsman een hogere vergoeding van €0,50 per kilometer had gedeclareerd. De rechtbank motiveerde dit met jurisprudentie en richtlijnen over redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelde dat de matiging van de reiskostenvergoeding niet terecht was, aangezien de door de raadsman gehanteerde vergoeding niet in het oog springend bovenmatig was en in overeenstemming met afspraken binnen het Landelijk overleg vakinhoud strafrecht (LOVS). Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees de volledige gevraagde vergoeding toe, inclusief kosten rechtsbijstand, reiskosten en schade door tijdverzuim.
De totale vergoeding bedraagt €5.355,02 en de beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 september 2025.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en tijdverzuim toe voor een totaalbedrag van €5.355,02.