ECLI:NL:GHAMS:2025:2816
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling wegens onvoldoende vermogen tot zelfbeheer door lichamelijke/geestelijke toestand
Betrokkene, geboren in 2007, is onder bewind gesteld door de kantonrechter wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand die haar belet haar vermogensrechtelijke belangen naar behoren waar te nemen. Betrokkene is het niet eens met deze onderbewindstelling en verzet zich tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) die het bewind had aangevraagd. De GI stemt echter in met het verzoek van betrokkene om het bewind op te heffen.
In hoger beroep heeft het hof de standpunten van alle partijen gehoord. Betrokkene stelt dat zij geen bewindvoerder nodig heeft, dat zij niet tijdig op de hoogte was van het verzoek en dat zij haar financiën zelf kan regelen. De GI verklaart dat zij betrokken is bij betrokkene in het kader van jeugdreclassering en dat betrokkene de afgelopen tijd vooruitgang heeft geboekt, maar dat het bewind nog noodzakelijk is vanwege haar kwetsbare situatie.
De bewindvoerder bevestigt dat betrokkene geen nieuwe schulden heeft gemaakt, maar dat er nog een problematische schuld van ruim €5.000,- bestaat en dat betrokkene onvoldoende inzicht heeft in haar financiën en onvoldoende informatie deelt. Het hof oordeelt dat betrokkene onvoldoende in staat is haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen en dat de gronden voor het bewind nog steeds aanwezig zijn. Daarom wordt de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot onderbewindstelling wegens onvoldoende vermogen van betrokkene om haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen.