ECLI:NL:GHAMS:2025:2827
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats van kinderen definitief bij vader vastgesteld ondanks verblijf moeder in buitenland
De zaak betreft de definitieve vaststelling van de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen, die momenteel met de moeder in het buitenland verblijven. De moeder woont met de kinderen in de Verenigde Arabische Emiraten, terwijl de vader in Nederland woont. Het hof heeft in een eerdere tussenbeschikking de hoofdverblijfplaats voorlopig bij de vader vastgesteld.
De moeder heeft het contact tussen de vader en de kinderen belemmerd en haar verblijf in het buitenland lange tijd verborgen gehouden, wat het hof zwaar aanrekent. De moeder stelde dat zij uit veiligheidsoverwegingen handelde, maar het hof vond geen objectieve indicaties die haar angst rechtvaardigen. De vader wil dat de kinderen terugkeren naar Nederland, wat ook door een andere beschikking is gelast.
Het hof oordeelt dat het belang van de kinderen het beste gediend is met de hoofdverblijfplaats bij de vader, omdat de moeder het contact met de vader heeft verbroken en daarmee de ontwikkeling van de kinderen schaadt. De moeder wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen. De zorg- en omgangsregeling blijft open, met het advies van de raad om contact tussen vader en kinderen te bevorderen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt definitief bij de vader in Nederland vastgesteld.