ECLI:NL:GHAMS:2025:2839

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
23-000343-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 4 februari 2025.

Het hoger beroep werd aangevangen op 17 juni 2025 maar geschorst. Op 2 oktober 2025 heeft verdachte een akte ingediend waarin hij het hoger beroep intrekt, waardoor hij geacht wordt de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.

Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en het standpunt van de advocaat-generaal, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000343-25
datum uitspraak: 8 oktober 2025
TEGENSPRAAK
(na aanhouding verdachte en raadsman niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer
13-348465-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 oktober 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 17 juni 2025 aangevangen en geschorst. Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 2 oktober 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, en gelet op het standpunt van de advocaat-generaal daaromtrent, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 oktober 2025.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.