Uitspraak
(na aanhouding verdachte en raadsman niet verschenen)
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 4 februari 2025.
Het hoger beroep werd aangevangen op 17 juni 2025 maar geschorst. Op 2 oktober 2025 heeft verdachte een akte ingediend waarin hij het hoger beroep intrekt, waardoor hij geacht wordt de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.
Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en het standpunt van de advocaat-generaal, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.