3.3.Bij memorie van grieven heeft de VvE haar vorderingen vermeerderd, maar bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 juli 2025 op onderdelen weer verminderd. Aldus vordert de VvE in hoger beroep per saldo, samengevat, dat het hof:
1. voor recht verklaart dat Atik Vastgoed gebonden is aan de VvE-besluiten van 14 november 2020, 29 januari 2021 en 8 april 2021;
2. voor recht verklaart dat Atik Vastgoed verplicht is om conform haar in de splitsingsakte bepaalde breukdeel bij te dragen aan de kosten ten behoeve van de totstandkoming van het VvE-gebouw in overeenstemming met het daaromtrent in de akte van splitsing bepaalde;
3. Atik Vastgoed gebiedt om conform haar in de splitsingsakte bepaalde breukdeel bij te dragen aan de kosten, waaronder de aanneemsom, ten behoeve van de totstandbrenging van het VvE-gebouw in overeenstemming met het daaromtrent in de huidige dan wel toekomstige splitsingsakte bepaalde, zulks binnen veertien dagen na een schriftelijk verzoek daartoe van de VvE, op straffe van de verbeurte van een dwangsom;
4. Atik Vastgoed gebiedt om conform haar in de splitsingsakte bepaalde breukdeel bij te dragen aan de kosten van het installeren van de energie-installatie, zulks binnen veertien dagen na een schriftelijk verzoek daartoe van de VvE, op straffe van de verbeurte van een dwangsom;
5. Atik Vastgoed gebiedt om alle werkzaamheden ten behoeve van de totstandbrenging van het VvE-gebouw in overeenstemming met het daaromtrent in de splitsingsakte bepaalde te dulden en daaraan de redelijkerwijs te verlangen medewerking te verlenen, zulks binnen veertien dagen na een verzoek daartoe van de VvE, op straffe van de verbeurte van een dwangsom,
alles met veroordeling van Atik Vastgoed in de kosten van beide instanties (voor wat betreft de eerste aanleg: kennelijk in reconventie), met rente en nakosten.
Wijzigingen van feitelijke aard na de conclusiewisseling in hoger beroep