In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2022 bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling en bedreiging van zijn ex-partner. Het hof achtte de feiten bewezen en bevestigde de schuld.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 6 weken opgelegd, waarvan 3 weken voorwaardelijk, en een proeftijd van 2 jaar. De advocaat-generaal vorderde een hogere straf, terwijl de verdediging pleitte voor een lagere straf vanwege het tijdsverloop, persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van recidive sinds het ten laste gelegde feit.
Het hof heeft de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van de verdachte meegewogen. Het slachtoffer was ernstig geschrokken en ervaart nog angst en onveiligheid. De verdachte had eerder onherroepelijk veroordelingen wegens soortgelijke feiten. Het hof achtte een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand passend, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd de taakstraf verminderd tot 135 uren.
De gevangenisstraf is voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De taakstraf kan bij niet-nakoming worden vervangen door 67 dagen hechtenis. Het vonnis is in alle andere opzichten bevestigd.