Klager betaalde de hoofdsom van een vordering van Eneco Services B.V. te laat, waarna de gerechtsdeurwaarder incassokosten en rente in rekening bracht. Klager stelde dat deze kosten onterecht werden gevorderd omdat hierover geen correspondentie was gevoerd en zijn echtgenote niet te woord werd gestaan bij het kantoor van de gerechtsdeurwaarder.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht ongegrond, hetgeen klager in hoger beroep aanvocht. Het hof bevestigde de feiten zoals vastgesteld door de kamer, waaronder dat de gerechtsdeurwaarder meerdere betalingsherinneringen had gestuurd en duidelijk had gemaakt dat bij niet-tijdige betaling incassokosten en rente verschuldigd waren.
Klager voerde aan dat hij zich aan de betalingstermijn had gehouden en dat de brief van 17 juli 2023 pas later was ontvangen, maar kon dit niet onderbouwen. Het hof oordeelde dat het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar was dat de gerechtsdeurwaarder vasthield aan de te late betaling en de daarmee samenhangende kosten.
Ook het niet te woord staan van de echtgenote en de technische problemen met het online dossier ontsloegen klager niet van zijn betalingsverplichtingen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kamer en verklaarde de klacht ongegrond.