Partijen zijn na een geregistreerd partnerschap ontbonden per 25 maart 2024. De vrouw vordert partneralimentatie, die door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep verzoekt zij een hogere alimentatie, terwijl de man bekrachtiging van de afwijzing en limitering van de alimentatie vraagt.
Het hof oordeelt dat de vermeerdering van het verzoek toelaatbaar is en dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat grievend gedrag van de vrouw een alimentatieplicht uitsluit. De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld aan de hand van de hofnorm, rekening houdend met het netto besteedbaar gezinsinkomen en de kosten van de kinderen.
De draagkracht van de man wordt forfaitair berekend op basis van zijn inkomen na een wijziging in zijn onderneming. Na aftrek van de kosten voor de kinderen resteert een draagkracht van €303 bruto per maand. De vrouw heeft een beperkte verdiencapaciteit vanwege gezondheidsproblemen en leeftijd, waardoor zij behoefte heeft aan alimentatie. Het hof legt daarom een alimentatieverplichting van €303 per maand op, te verhogen naar €323 per maand vanaf 1 januari 2025. Verzoeken tot verhoging of limitering worden afgewezen.