ECLI:NL:GHAMS:2025:3010
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet tegen klacht gerechtsdeurwaarder
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder, welke door de kamer voor gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Hiertegen stelde zij verzet in, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde klaagster hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet geen hoger beroep openstaat tegen de beslissing op het verzet, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die een doorbreking van dit rechtsmiddelenverbod rechtvaardigen. Klaagster heeft in haar beroepschrift geen dergelijke doorbrekingsgrond aangevoerd.
De door klaagster aangevoerde bezwaren betreffen inhoudelijke klachten over de beslaglegging en vermeende schendingen van rechten, maar deze zijn onvoldoende om het fundamentele rechtsbeginsel van een eerlijke en onpartijdige behandeling te schenden. Het hof concludeert daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep van klaagster niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een doorbrekingsgrond voor het rechtsmiddelenverbod in artikel 39 lid 4 Gdw.