In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Amsterdam op 18 november 2025, gaat het om de hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving van de minderjarige [minderjarige], geboren in 2021. De rechtbank Noord-Holland had eerder bepaald dat de hoofdverblijfplaats bij de vader zou zijn, wat de moeder in hoger beroep aanvecht. De moeder verzoekt om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen en om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [school 1] in [plaats A]. De vader verzet zich tegen deze verzoeken en vraagt om bekrachtiging van de eerdere beschikking.
De moeder voert aan dat [minderjarige] altijd bij haar heeft gewoond en dat de huidige regeling te belastend is voor het kind, gezien de afstand tussen de woningen van de ouders. De vader daarentegen stelt dat [minderjarige] goed gedijt in [plaats B] en dat de huidige zorgregeling goed functioneert. Het hof overweegt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader moet blijven, gezien de stabiliteit die dit biedt. De moeder's verzoek om de schoolinschrijving en de zorgregeling wordt afgewezen, maar het hof wijst op de noodzaak voor beide ouders om samen te werken aan een passende regeling in het belang van [minderjarige].