ECLI:NL:GHAMS:2025:3123

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
23-000287-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens mishandeling, belediging en beschadiging van een goed met schadevergoeding

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Noord-Holland betreffende mishandeling, belediging en beschadiging van een goed. De verdachte werd beschuldigd van het duwen en slaan met een stok tegen een benadeelde partij, het beledigen van deze partij met grove woorden en het beschadigen van een personenauto. Tevens werd hem belediging van een ambtenaar ten laste gelegd.

Tijdens het onderzoek en de zitting in hoger beroep bekende de verdachte de meeste feiten, behalve het slaan met de stok. Het hof achtte de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen, foto’s van de beschadigde auto en medische verklaringen, voldoende overtuigend om de mishandeling en beschadiging te bewijzen. De beledigingen aan de benadeelde partijen en de ambtenaar werden eveneens bewezen verklaard.

Het hof veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 100 uur, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd hij veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan beide benadeelden: € 762,75 aan de eerste benadeelde voor materiële en immateriële schade en € 4.315,07 aan de tweede benadeelde voor materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen werden deels toegewezen en deels afgewezen op basis van onvoldoende causaliteit en bewijs.

De straf en schadevergoedingen werden passend geacht gelet op de ernst van de feiten, het gedrag van de verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten plaatsvonden. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht conform deze bevindingen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 100 uur en betaling van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000287-25
Datum uitspraak: 5 november 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-342175-23 en 15-234407-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 15-342175-23:
1.
hij op of omstreeks 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad [benadeelde partij 1] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 1]
- meermaals, althans eenmaal, te duwen en/of
- met een stok, althans met de hand, tegen de bovenarm te slaan;
2.
hij op of omstreeks 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk [benadeelde partij 1] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door haar meermaals, althans eenmaal, in het gezicht te spugen en/of door haar de woorden toe te voegen: 'kankerhoer' en/of 'kankerslet', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3.
hij op of omstreeks 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk en wederrechtelijk personenauto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Zaak met parketnummer 15-234407-24 (gevoegd):
hij, op of omstreeks 21 juli 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Holland gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen:
- “ kankermongool, met je kankermoeder, kankerlijer” en/of
- “ kankermongool, vuile gore klootzak", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om doelmatigheidsredenen worden vernietigd.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft een bewijsverweer gevoerd, in die zin dat zij heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het slaan met de stok, zoals tenlastegelegd in de zaak met parketnummer
15-342175-23 onder 1.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de aangeefster heeft geduwd, bespuugd en uitgescholden en dat hij de auto van de moeder van aangeefster heeft beschadigd (door met opzet een ruit in te slaan), zoals tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1, 2 en 3. Voorts heeft hij verklaard dat hij de verbalisant heeft uitgescholden zoals tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 15-234407-24.
De verdachte heeft ten slotte bevestigd dat hij zijn voornaam heeft veranderd van ‘ [persoon (verdachte)] ’ in ‘ [verdachte] ’.
Feiten 2 en 3 (in de zaak met parketnummer 15-342175-23) en het in de zaak met parketnummer
15-234407-24 tenlastegelegde:
Het hof volstaat hier met een opgave van de bewijsmiddelen in de zin van artikel 359 derde Pro lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv), omdat de verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit.
Deze bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben. De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaren die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 2 en 3 tenlastegelegde:
- de verklaring van de verdachte zoals ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd;
- een proces-verbaal van aangifte van 28 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 5 tot en met 8;
- een geschrift, te weten een bijlage met foto’s, ongenummerd;
- een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 28 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 10 tot en met 12.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-234407-24 tenlastegelegde:
- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 21 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 5 tot en met 8;
- een proces-verbaal van bevindingen van 21 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 9 tot en met 11.
Feit 1 (in de zaak met parketnummer 15-342175-23):
1. Een proces-verbaal van aangifte van 28 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 5 tot en met 8. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als de aangifte van [benadeelde partij 1] :
Ik doe aangifte van mishandeling, gepleegd door [persoon (verdachte)] (
het hof begrijpt steeds: de verdachte, [verdachte]).
Op 28 december 2023 was ik onderweg naar het adres [adres 2] nummer [nummer] in Zaandam. Ik was samen met mijn vriendin, [getuige] , zij woont op dat adres.
Ik zag dat het broertje van [getuige] in de steeg naast hun woning stond.
Ik zag toen dat [persoon (verdachte)] direct op de auto af kwam lopen. Ik zag dat hij een wandelstok in zijn handen had. Deze stok was ongeveer een meter lang. Ik zag en hoorde dat [persoon (verdachte)] drie maal met de wandelstok op de achterkant van onze auto sloeg. Ik zag dat [getuige] uit de auto stapte. Ik hoorde haar schreeuwen tegen [persoon (verdachte)] : “Wat doe je, stop daarmee!”.
Ik zag dat [persoon (verdachte)] een rondje om de auto heen liep, en dat hij bleef slaan op de auto. Ik zag dat hij op de motorkap sloeg. Ik zag dat [persoon (verdachte)] de wandelstok met beide handen vast had.
Ik zag dat hij de wandelstok omhoog hief en deze met kracht in mijn richting bewoog. Ik zag en voelde toen dat ik op mijn rechter bovenarm geraakt werd door de wandelstok. Ik voel een pijnlijk en beurs gevoel op de plek waar ik geraakt werd met de wandelstok.
2. Een geschrift, te weten een verklaring van de huisarts [persoon] van 28 december 2023, betreffend [benadeelde partij 1] , dossierpagina 9. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang:
Mevrouw is afgelopen nacht mishandeld.
Bij onderzoek: blauwe plekken/kneuzingen op bovenarm rechts.
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 28 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 10 tot en met 12. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang, als de verklaring van de getuige [getuige] :
Wij kwamen bij mijn woning aan het [adres 2] . Ik reed in de auto van [benadeelde partij 1] ’s moeder. Toen we aankwamen zag ik in het steegje naast ons huis mijn broer staan. [persoon (verdachte)] heeft zijn naam veranderd in [verdachte] . Ik zag dat [persoon (verdachte)] iets vast hield. Ik dacht dat het de wandelstok van mijn oma was. Hij bonkte op de auto met de stok.
4. Een geschrift, te weten een bijlage met foto’s, ongenummerd. Deze bijlage houdt in, voor zover van belang, foto’s van beschadigingen aan de auto (deuken in de motorkap, de kentekenplaat voor en het linker achterportier en een ingeslagen linker achterruit) voorzien van kenteken [kenteken] en een foto van de bovenarm van aangeefster met de omschrijving: rode plek op rechterbovenarm.
Het verweer van de raadsvrouw met betrekking tot het slaan van aangeefster door de verdachte met de stok, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. De onderdelen van die bewijsmiddelen die betrekking hebben op het beschadigen van de auto met de stok, bieden steun aan de aangifte van [benadeelde partij 1] , ook ten aanzien van de mishandeling met de stok. De ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte afgelegde verklaring is in zoverre niet met de bewijsmiddelen te verenigen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
15-342175-23 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-234407-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 15-342175-23:
1.
hij op 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [benadeelde partij 1] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 1]
te duwen en met een stok tegen de bovenarm te slaan;
2.
hij op 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk [benadeelde partij 1] in haar tegenwoordigheid door feitelijkheden heeft beledigd, door haar meermaals in het gezicht te spugen en door haar de woorden toe te voegen: ‘kankerhoer’ en ‘kankerslet’;
3.
hij op 28 december 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto die aan een ander toebehoorde, heeft beschadigd;
Zaak met parketnummer 15-234407-24 (gevoegd):
1.
hij op 21 juli 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Holland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: ‘kankermongool, met je kankermoeder, kankerlijer’ en ‘kankermongool, vuile gore klootzak’.
Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-234407-24 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen onder het kopje Bewijsoverwegingen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging.
Het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
Het in de zaak met parketnummer 15-234407-24 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
De raadsvrouw heeft bepleit dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld onder verzachtende omstandigheden en dat hij is veranderd en zich nu op zijn toekomst richt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft aangeefster, een vriendin van zijn zus, in het openbaar mishandeld, bespuugd en verbaal beledigd. Voorts heeft hij de auto van de moeder van aangeefster beschadigd door deze met een stok te bewerken en met zijn vuist een ruit in te slaan. Ten slotte heeft de verdachte een hoofdagent tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn bediening beledigd. Het hof neemt de verdachte zijn gewelddadige en grievende gedrag kwalijk, te meer daar voor dit gedrag geen enkele aanleiding was. De omstandigheid dat de verdachte, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft gesteld, mogelijk vanuit hevige emoties heeft gehandeld, maakt zijn gedrag niet minder strafwaardig. Het hof is van oordeel dat een straf zoals voorgesteld door de raadsvrouw, geen recht doet aan de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten. Het hof acht de straf die is opgelegd in eerste aanleg en gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 oktober 2025 is hij niet eerder onherroepelijk veroordeeld. Hij is wel na het plegen van de bewezenverklaarde feiten opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van in totaal € 8.217,04. De vordering bestaat uit de volgende posten:
-€ 1.500,00 aan immateriële schade;
-€ 6.704,28 aan materiële schade (gederfde inkomsten);
-€ 12,75 aan materiële schade (medicijnen).
De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.012,76 (bestaande uit
€ 1.000,00 aan immateriële schade en € 3.012,76 aan materiële schade).
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen.
De raadsvrouw heeft de vordering betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de gestelde materiële en immateriële schade onvoldoende duidelijk is onderbouwd.
Het hof overweegt als volgt.
Immateriële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 750,00. Het hof komt een vergoeding van die schade tot dat bedrag billijk voor, gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en rekening houdend met vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Voor het overige is onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering voor een bedrag van € 750,00 aan immateriële schade zal worden afgewezen.
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden bestaande uit € 12,75 aan kosten voor medicijnen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Voor het overige, een bedrag van € 6.704,28 aan gederfde inkomsten, is het hof onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. Mede gelet op het verweer van de raadsvrouw tegenover de onderbouwing van de gederfde inkomsten, is noch de gestelde schade, noch het causaal verband tussen de feiten en de schade eenvoudig vast te stellen. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet in de vordering worden ontvangen.
Samenvattend is de verdachte gehouden tot vergoeding van schade tot een totaalbedrag van € 762,75
(€ 12,75 aan materiële schade en € 750,00 aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 4.315,07 aan materiële schade (bestaande uit reparatiekosten van haarauto). De benadeelde partij heeft de schade onderbouwd door middel van een schadecalculatie van 2 januari 2024 van [bedrijf].
De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen.
De raadsvrouw heeft de vordering betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat de reparatiekosten nog niet daadwerkelijk zijn gemaakt en dat de gestelde beschadigingen aan de auto mogelijk niet door de verdachte zijn veroorzaakt, maar door ongevallen waarbij aangeefster – die immers de auto van haar moeder gebruikte – eerder betrokken is geweest.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 3 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het hof overweegt daartoe dat op grond van de inhoud van het dossier is vastgesteld dat de verdachte bij het handgemeen met aangeefster een stok in zijn handen had en dat hij met deze stok en met zijn vuist op verschillende plaatsen tegen de auto heeft geslagen en tegen de auto heeft getrapt. De foto’s in het dossier van de beschadigingen aan de auto (deuken in de motorkap, de kentekenplaat voor en het linker achterportier en een ingeslagen linker achterruit) komen overeen met de schade aan de auto zoals blijkt uit de schadecalculatie. De suggestie van de raadsvrouw, dat de schade aan deze auto zou zijn veroorzaakt door auto ongevallen waarbij de dochter van de benadeelde partij eerder betrokken is geweest, is niet onderbouwd. Het hof baseert zich bij het begroten van de geleden schade op de inhoud van de genoemde schadecalculatie; de omstandigheid dat de benadeelde partij deze schade nog niet heeft laten repareren, neemt de schadeplichtigheid van de verdachte niet weg.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 266, 267, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
15-342175-23 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-234407-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-234407-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 762,75 (zevenhonderdtweeënzestig euro en vijfenzeventig cent) bestaande uit € 12,75 (twaalf euro en vijfenzeventig cent) aan materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro)aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadeaf.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 762,75 (zevenhonderdtweeënzestig euro en vijfenzeventig cent) bestaande uit € 12,75 (twaalf euro en vijfenzeventig cent) aan materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op
28 december 2023.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 4.315,07 (vierduizend driehonderdvijftien euro en zeven cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde partij 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-342175-23 onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.315,07 (vierduizend driehonderdvijftien euro en zeven cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 53 (drieënvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 december 2023.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. H.A. Stalenhoef en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 november 2025.
Mr. Boksem en mr. Scheffens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.