Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:3126

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
23-001162-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen diefstal mobiele telefoon in Amsterdam

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diefstal van een iPhone 14 op 28 april 2024 te Amsterdam. Het hof stelde vast dat verdachte en een medeverdachte samen zakkenrollersgedrag vertoonden en dat verdachte de gestolen telefoon ontving en vasthield tot zijn aanhouding.

De verdediging voerde aan dat de diefstal voltooid was bij de wegname door de medeverdachte en dat verdachte slechts later de telefoon ontving, maar het hof verwierp dit verweer. Het handelen van verdachte werd gekwalificeerd als medeplegen, omdat hij nauw en bewust samenwerkte gedurende het delict.

De politierechter had verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, en het hof bevestigde deze strafmaat gelet op de ernst van het feit, het gedrag van verdachte en zijn eerdere veroordeling. De opgelegde straf is een vrijheidsbenemende straf met aftrek van voorarrest.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege een andere bewezenverklaring en sprak verdachte vrij van hetgeen niet bewezen werd verklaard. De straf is gebaseerd op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voor medeplegen diefstal mobiele telefoon.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001162-24
Datum uitspraak: 5 november 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-143592-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2004,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 28 april 2024 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een mobiele telefoon (iPhone 14), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij op of omstreeks 28 april 2024 te Amsterdam, een mobiele telefoon (iPhone 14), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een (iets) andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de diefstal in vereniging, nu de medeverdachte de telefoon heeft weggenomen en deze telefoon pas bij de aanhouding is doorgegeven aan de verdachte. Op dat moment was de diefstal al voltooid.
Het hof overweegt als volgt.
Uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen [1] blijkt dat verbalisanten hebben gezien dat de verdachte en de medeverdachte typisch ‘zakkenrollersgedrag’ vertoonden, zoals overleggen, dicht naast elkaar lopen, steeds zonder doel van richting veranderen, zonder noodzaak vlak achter passanten lopen en daarbij de blik gericht houden op de jaszakken. Gezien is voorts dat de medeverdachte een telefoon wegneemt, dat hij naar achteren reikt maar de telefoon niet afgeeft, dat beide mannen weer van richting veranderen en gearmd verder lopen, dat de verbalisanten achter de mannen zien dat medeverdachte de telefoon aan de verdachte geeft en dat de verdachte daarbij achterom kijkt, dat de mannen sneller gaan lopen terwijl de verdachte de telefoon nog in zijn hand heeft en dat de verdachte bij de aanhouding de telefoon weggooit.
In dit licht concludeert het hof dat het handelen van de verdachte kan worden gekwalificeerd als het medeplegen van diefstal, nu de samenwerking met de medeverdachte steeds nauw en bewust is geweest en de bijdrage van de verdachte voorafgaand, gedurende en na afloop van het delict, van voldoende gewicht is geweest. Dat de diefstal als voltooid zou kunnen worden aangemerkt op het moment van het overgeven van de telefoon aan de verdachte, doet daar niet aan af. Het overgeven van de telefoon is in deze context essentieel om deze snel bij de eigenaar en de dief vandaan te krijgen en kan in samenhang met de overige redengevende feiten en omstandigheden bij de weging van het bewijs worden betrokken. Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 april 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een mobiele telefoon (iPhone 14) die aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft samen met de medeverdachte op straat een telefoon gestolen. Door op slinkse wijze samen te werken – zogenaamd zakkenrollersgedrag – is het niets vermoedende slachtoffer van haar eigendom beroofd. Het hof neemt de verdachte zijn gedrag, dat enkel was gericht op eigen financieel gewin, kwalijk. Diefstal op straat levert immers niet alleen schade op voor de gedupeerde, maar leidt ook tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 oktober 2025 is hij op 23 september 2025 door het gerechtshof Den Haag (niet onherroepelijk) veroordeeld voor een diefstal met geweld, zodat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. L.F. Roseval en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 november 2025.
Mr. Boksem en mr. Scheffens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2024, pagina’s 11 tot en met 14 van het dossier.