ECLI:NL:GHAMS:2025:3130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende boekhouding en gebrek aan goede trouw
Appellante exploiteerde sinds 2017 een snackbar en later ook een restaurant op basis van pachtovereenkomsten. Zij beëindigde deze per eind 2024. Het hof oordeelt dat er geen sprake was van investeringen of goodwill die een vergoeding rechtvaardigen, waardoor geen benadeling van schuldeisers is vastgesteld.
Het hof onderzoekt vervolgens de toewijzing van de schuldsaneringsregeling. Op grond van artikel 3:15i BW rust op de ondernemer een boekhoudplicht. Appellante heeft niet voldaan aan deze verplichting en beschikte niet over een volledige administratie. Haar nieuwe boekhouder kon de administratie niet herstellen, waardoor onvoldoende inzicht bestond in haar financiële situatie.
Vanwege deze gebrekkige administratie en het ontbreken van aannemelijk bewijs dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, waaronder een schuld aan de Belastingdienst van ruim €300.000 en een vordering van ruim €16.000, wijst het hof het verzoek af. Ook andere schulden, zoals aan het CJIB en RVO, zijn niet aannemelijk verantwoord. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende administratie en het niet aannemelijk maken van goede trouw.