ECLI:NL:GHAMS:2025:3418
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie van minderjarige
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind, de zorgregeling en de kinderalimentatie. De rechtbank had bepaald dat het kind haar hoofdverblijfplaats bij de vader in Portugal heeft en tijdens schoolvakanties bij de moeder in Nederland verblijft, met een maandelijkse kinderalimentatie van €250 door de moeder aan de vader. De moeder is het hier niet mee eens en stelt dat het kind bij haar in Nederland moet verblijven en dat de vader kinderalimentatie aan haar moet betalen.
In het incidenteel hoger beroep betwist de vader de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 7 Brussel Pro II-ter, omdat het kind ten tijde van het verzoekschrift haar gewone verblijfplaats in Nederland had. Het incidenteel hoger beroep wordt daarom verworpen.
In het principaal hoger beroep bevestigt het hof de hoofdverblijfplaats bij de vader in Portugal en de zorgregeling, mede op advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Het kind volgt onderwijs in Portugal en heeft daar een sociaal netwerk. De kinderalimentatie wordt echter vernietigd en opnieuw vastgesteld op €25 per maand, omdat partijen onvoldoende onderbouwing hebben geleverd voor hun verzoeken. De moeder moet deze bijdrage aan de vader betalen, met terugwerkende kracht vanaf 10 januari 2025.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats en zorgregeling worden bekrachtigd, de kinderalimentatie wordt vastgesteld op €25 per maand ten gunste van de vader.