Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
- de man vanaf 23 juni 2023 tot 13 februari 2025 € 227,-- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen en te indexeren vanaf 2023 te voldoen voor de eerste van de maand waarop de betaling betrekking heeft;
- de man € 300,-- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen met ingang van 13 februari 2025 te voldoen voor de eerste van de maand waarop de betaling betrekking heeft;
- de bijzondere verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen (zoals doch niet uitsluitend: studiekosten, beugels, dansvooropleiding, topsport/selectie dansen NK/WK) door de man en de vrouw gelijkelijk worden verdeeld;
- de man te veroordelen in de proceskosten.
5.De motivering van de beslissing
- 2020: € 41.678,-- bruto (inkomen uit [bedrijf 3] b.v., [bedrijf 4] , [bedrijf 5] , productie 2 van de man);
- 2021: € 91.091,-- bruto (inkomsten uit [bedrijf 3] b.v., productie 24 van de man);
- 2022: € 104.059,-- bruto (inkomsten uit [bedrijf 3] b.v., productie 21 van de man);
- 2023: € 33.076,-- bruto (inkomsten uit [bedrijf 3] b.v. en een verlies uit eenmanszaak [eenmanszaak] , productie 22 van de man);
- 2024: € 36.273,-- bruto (inkomsten uit eenmanszaak [eenmanszaak] productie 32 van de man).