Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij een perspectiefbiedend pleeggezin. De kinderrechter had deze machtiging verlengd tot 18 mei 2026 en de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vaststelling dat het perspectief nog bij hem ligt.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beslissingen en verzocht om afwijzing of verkorting van de verlenging en om motivering dat het perspectief nog bij hem ligt of onduidelijk is. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming steunden de verlenging.
Het hof overwoog dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige vanwege instabiliteit en onveiligheid in de thuissituatie. Hoewel het perspectief van de moeder is vervallen, is het nog te vroeg om het perspectief definitief bij de vader te leggen, omdat diens opvoedcapaciteiten onvoldoende onderzocht zijn. Het hof bekrachtigt daarom de verlenging van de machtiging en wijst het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de vader af.