De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over geluidsoverlast in een monumentaal pand. De huurder klaagde sinds 2014 over geluidsoverlast van bovenburen, waarop een akoestisch onderzoek werd uitgevoerd. Dit onderzoek toonde aan dat de geluidsisolatie onvoldoende was, maar de verhuurder volgde de voorgestelde verbeteringen niet op.
Vanaf 2016 meldden omwonenden geluidsoverlast veroorzaakt door de huurder, vooral in nachtelijke uren. De verhuurder sommeerde de huurder meerdere keren de overlast te staken en vorderde een gedragsaanwijzing en ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder vorderde op haar beurt isolatie en huurprijsvermindering wegens gebreken.
De kantonrechter legde de gedragsaanwijzing op aan de huurder en wees haar vorderingen af. In hoger beroep heeft de huurder haar vorderingen gewijzigd en een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren, dat echter onvoldoende betrouwbaar werd geacht. Het hof oordeelde dat de huurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overlast door gebreken of andere oorzaken komt en bevestigde dat haar eigen gedrag overlast veroorzaakt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de gewijzigde vorderingen van de huurder af, met veroordeling in de proceskosten.