Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
directwerkzaamheden ten behoeve van de exploitatie van de E-Store?
ondersteunende(zie 5.22) activiteiten ten behoeve van de exploitatie van E-Store?
loonsom groothandelsactiviteiten) voert Bpf MITT het volgende aan. Omdat uit de eigen stellingen van G-Star en het kleurenschema al volgt dat de groothandelsfunctie niet uitsluitend of in hoofdzaak wordt uitgeoefend door G-Star, meent Bpf MITT dat de vraag naar de loonsom die met deze activiteiten is gemoeid, niet behoeft te worden gesteld. Met betrekking tot vraag 2 begrijpt Bpf MITT niet wat de strekking van deze vraag is. E-Store is een rechtspersoon die verkoopactiviteiten verricht. Het criterium dat werknemers van een andere rechtspersoon werken ‘ten behoeve van een verkooponderneming’, valt niet onder de werkingssfeer van Bpf Detailhandel. Dat E-store geen werknemers in dienst heeft (maar deze blijkbaar inleent), impliceert niet dat daardoor de andere onderneming de activiteit van verkoop verricht. Deze vraag is daarom buiten de uitgangspunten die het hof zelf heeft geformuleerd. Indien het hof oordeelt dat de vraag toch relevantie heeft, zou de vraag moeten zijn welke werknemers van G-Star voor G-Star zelf verkoopactiviteiten verrichten. Ook bij vraag 3 zou, gelet op het voorgaande, verduidelijkt moeten worden dat het enkel om E-Store gaat. Wat betreft vraag 4 meent Bpf MITT dat het inderdaad van belang kan zijn welke activiteiten worden verricht op de in de vraag genoemde afdelingen. De vraag sluit evenwel niet aan bij de werkingssfeer-bepalingen van Bpf Detailhandel. Die werkingssfeer brengt mee dat het voor groothandels-functie ‘om uitsluitend of in hoofdzaak van’ enkel die activiteit gaat. De detailhandel brengt mee dat naar de loonsom in vergelijking met alle andere activiteiten moet worden gekeken. In het verlengde van het voorgaande geldt dat de verkoop door E-Store geen activiteit van G-Star is en dus niet in aanmerking behoort te worden genomen, aldus Bpf MITT.
(a) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveel fte) van G-Star verrichten direct werkzaamheden ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star? en (b) Hoeveel werknemers van G-Star (in de zin van hoeveelheid fte) verrichten ondersteunende activiteiten ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star?
“Waarbij tot de groothandelswerkzaamheden van G-Star ook behoren de directe en ondersteunende werkzaamheden van G-Star medewerkers ten behoeve (i) G-Star UK Ltd., G-Star Italy S.r.l., G-Star Franchise BV en G-Star PIC Hong Kong en (ii) de verkoop van G-Star kleding aan en door derden buiten de groep zoals commissionairs en platforms.”
70. In andere gevallen kunt u, als u dat zelf wilt, aan partijen en de rechter schriftelijk laten weten dat u de benoeming wilt aanvaarden onder de voorwaarde dat uw gebruikelijke aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is. U vermeldt daarbij de inhoud van de aansprakelijkheidsbeperkende voorwaarde. Het is verstandig partijen te verzoeken daaronder hun handtekening voor akkoord te plaatsen en het stuk aan u te retourneren. U begint niet met uw onderzoek voordat u de door partijen getekende akkoordverklaring retour heeft ontvangen (zie echter ook nr. 138).
bij akteuit te laten over de hiervoor genoemde aansprakelijkheidsbeperking en kostenbegroting, een ander als vervat in de bij dit arrest gevoegde brief van de deskundige van 8 december 2025, met bijlage. Zij dienen zich in hun akte uitsluitend tot deze onderwerpen te beperken. Met betrekking tot de kosten van het deskundigenonderzoek bepaalt het hof dat deze kosten vooralsnog door beide partijen gezamenlijk dienen te worden gedragen in die zin dat de ene helft van het bedrag ten laste van Bpf MITT wordt gebracht en de andere helft ten laste van G-Star en Bpf Detailhandel gezamenlijk.
4.Beslissing
13 januari 2026voor het nemen van een akte door ieder van partijen met het onder 3.14 vermelde doel;