ECLI:NL:GHAMS:2025:358
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft het gezag over de minderjarige, waarbij de rechtbank de moeder eenhoofdig gezag toekende en het gezamenlijk gezag beëindigde. De vader ging hiertegen in hoger beroep omdat hij het gezamenlijk gezag wilde handhaven en stelde dat de moeder hem buitenspel zette en dat hij altijd in het belang van het kind had gehandeld.
Tijdens de procedure bleek dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord was en dat de vader onbereikbaar en niet beschikbaar was voor de moeder en het kind. De vader had geen rechtstreeks contact met de moeder en onderhield slechts sporadisch contact met het kind, vaak via bemiddelaars. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het hof om de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de minimale basis voor gezamenlijk gezag ontbreekt omdat de ouders niet in staat zijn om gezamenlijk beslissingen te nemen en dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. De vader had onvoldoende inspanningen geleverd om contact te onderhouden en was niet op de hoogte van de ontwikkelingen in het leven van het kind. Daarom werd het verzoek van de vader afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag af.