Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
veroordeling van Spijker in de volledige proceskosten (in eerste aanleg en in hoger beroep).”
3.Feiten
Je kiest voor het 1 of voor het ander: dus je gaat of via [bedrijf 1] H202 aanbieden onder eigen merk, of via [bedrijf 1] [merk]
Het is [bedrijf 1] en [naam 4] (in de gehele wereld) verboden om gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede om gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, voor eigen rekening, in dienst van of anderszins voor rekening van derden:
Zoals al aangegeven, herken ik me op een aantal punten niet in het toegezonden concept van de vaststellingsovereenkomst. Ik verzoek je vriendelijk om over te gaan tot het doorvoeren van onderstaande wijzigingen en aanvullingen. (…)
Ik bedoel hiermee dat ik mezelf niet actief mag bezig houden met de verkoop van Ag gestabiliseerde peroxiden en weerbaar telen producten gedurende de komende 6 maanden.”
Het is [bedrijf 1] en haar statutair bestuurder, de heer [naam 4] verboden om gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede om gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, voor eigen rekening, in dienst van of anderszins voor rekening van derden:
(…) De voorgestelde inhoud van artikel 5 gaat Pro te ver. Wat we op vrijdag 17 december hebben afgesproken is:
Het is [bedrijf 1] verboden om, in Nederland en België, gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, actief competitie te voeren voor en/of op hetgebied van (concurrerende) zilvergestabiliseerde waterstof peroxide en weerbaar telen-producten”. Dit graag aldus wijzigen.”
Zie bijgaand (…) het getekend document, waarin ik de afspraken heb neergelegd zoals wij die zijn overeengekomen. Zie met name artikel 5, de inhoud van dit artikel in bijgevoegd document omhelst hetgeen wij op maandag 20-12 jl hebben besproken. Dit is waar ik me hoe dan ook aan zal houden, omdat we dit immers mondeling zo zijn overeengekomen.”
En een nieuwe start – [bedrijf 1] BV”) onder meer geschreven:
Oxiline-50 Introductie”) aan [naam 5] van [bedrijf 4] gestuurd met onder meer de volgende inhoud:
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
ik bedoel hiermee dat ik mezelf niet actief mag bezig houden met de verkoop”) heeft beoogd [bedrijf 1] buiten de vaststellingsovereenkomst te houden. Gelet op de ook voor [appellant] ( [naam 1] ) kenbare bedrijfsbelangen van [geïntimeerden] bij het zo lang mogelijk behouden van haar klanten en de volkomen heldere vraag van [naam 3] (“
Bedoel je met je feedback dat je met een andere BV wel H2O2 mag aanbieden?”) moet het voor [naam 1] hoe dan ook redelijkerwijs duidelijk zijn geweest dat de bedoeling van [geïntimeerden] met het concurrentiebeding was dat [naam 1] [geïntimeerden] gedurende een half jaar ook niet via [bedrijf 1] concurrentie zou mogen aandoen. Ook heeft [naam 1] redelijkerwijs moeten begrijpen dat daarbij niet beslissend is of hij zelf op naam van [bedrijf 1] handelt aangezien hij als indirect medebestuurder sowieso zeggenschap heeft over het doen en laten van deze vennootschap.
eersteconceptversie van de vaststellingsovereenkomst door haar advocaat is bijgestaan en niet bij de contacten met [appellant] en de twee versies van de vaststellingsovereenkomst die daarna zijn gevolgd. Overigens heeft [geïntimeerden] ( [naam 3] ) naar eigen zeggen toen afgezien van verdere bijstand door een advocaat omdat zij op basis van hun jarenlange samenwerking ervan uit ging dat zij [appellant] ( [naam 1] ) kon vertrouwen. Bovendien is voor de uitleg van het concurrentiebeding niet alleen van belang wat in december 2021 tussen partijen is voorgevallen maar ook in de daaraan voorafgaande periode, zoals volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen. Kortom, in het betoog van [appellant] ziet het hof geen enkele aanleiding om de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het concurrentiebeding beslissend te achten voor de uitleg van dit beding.
de bedoeling van artikel 5 ‘slechts’ was een verbod voor [naam 1] en [appellant] om in de periode 1 januari 2022 tot 1 juli 2022 actief de markt te benaderen/competitie te voeren” omdat [appellant] niet heeft uitgelegd welke relevantie daaraan toekomt nu zich na 20 december 2021 de hiervoor in 3.1.11-3.1.18 vermelde feiten nog hebben voorgedaan, waarop het hof zijn uitlegoordeel mede heeft gebaseerd.
veroordeling van Spijker in de volledige proceskosten (in eerste aanleg en in hoger beroep)”. Het hof gaat ervan uit dat dit verzoek bij vergissing in de memorie is opgenomen, gelet op de naam ‘Spijker’ en het feit dat een aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten in het geheel niet door [geïntimeerden] is toegelicht. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep conform de gebruikelijke forfaitaire tarieven, zoals hierna is vermeld. In het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep blijft een proceskostenveroordeling achterwege.