ECLI:NL:GHAMS:2025:3704
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene een geldbedrag van €46.495,00 zou worden opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, naar aanleiding van een veroordeling voor het plegen van opzetheling een gewoonte maken. De rechtbank Noord-Holland had deze vordering toegewezen bij vonnis van 29 maart 2022.
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de veroordeling als de ontnemingsvordering. Bij arrest van 18 december 2025 sprak het gerechtshof Amsterdam de betrokkene vrij van de tenlastelegging in de strafzaak. Gevolg hiervan is dat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaart in de ontnemingsvordering, omdat de ontnemingsvordering niet kan worden gehandhaafd zonder een veroordeling.
Het arrest is gewezen na onderzoek ter terechtzitting op 4 december 2025 en is uitgesproken op 18 december 2025. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de betrokkene.