ECLI:NL:GHAMS:2025:3704

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
23-000966-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte

Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene een geldbedrag van €46.495,00 zou worden opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, naar aanleiding van een veroordeling voor het plegen van opzetheling een gewoonte maken. De rechtbank Noord-Holland had deze vordering toegewezen bij vonnis van 29 maart 2022.

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de veroordeling als de ontnemingsvordering. Bij arrest van 18 december 2025 sprak het gerechtshof Amsterdam de betrokkene vrij van de tenlastelegging in de strafzaak. Gevolg hiervan is dat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaart in de ontnemingsvordering, omdat de ontnemingsvordering niet kan worden gehandhaafd zonder een veroordeling.

Het arrest is gewezen na onderzoek ter terechtzitting op 4 december 2025 en is uitgesproken op 18 december 2025. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de betrokkene.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000966-22
datum uitspraak: 18 december 2025 (ontneming)
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2022 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-872137-16 tegen de betrokkene:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 60.200,00.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2022 veroordeeld voor – kort gezegd – van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.
Verder heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 29 maart 2022 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 46.495,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest in de strafzaak van het gerechtshof Amsterdam van 18 december 2025 vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Nu de betrokkene is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd in de onderliggende strafzaak, zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
mr. Van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]