ECLI:NL:GHAMS:2025:659
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Openstelling tussentijds cassatieberoep in civiele procedure over ontvankelijkheid hoger beroep
In deze civiele zaak tussen de man en de vrouw, beiden woonachtig in verschillende plaatsen, heeft het Gerechtshof Amsterdam op 18 februari 2025 een tussenbeschikking gegeven waarin de man ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep. De vrouw kreeg vervolgens de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
De vrouw verzocht op 21 februari 2025 om tussentijds cassatieberoep toe te staan tegen deze tussenbeschikking, met het oog op proceseconomische redenen. De man verzette zich hiertegen bij bericht van 5 maart 2025.
Het hof oordeelde dat het belang van de vrouw bij het openstellen van tussentijds cassatieberoep voldoende aannemelijk was, omdat het oordeel over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van belang is voordat het inhoudelijke geschil wordt behandeld. Hoewel het openstellen van cassatieberoep de procedure kan vertragen, vond het hof dit niet zwaarwegend genoeg om het verzoek af te wijzen. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd bepaald dat tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de tussenbeschikking van 18 februari 2025.
Uitkomst: Het hof staat openstelling van tussentijds cassatieberoep toe tegen de tussenbeschikking over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.