ECLI:NL:GHAMS:2025:69
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid verzet tegen vonnis op tegenspraak bevestigd
Appellant huurde een woning van geïntimeerde en er ontstond een geschil over opleveringsschade en energiekosten. Geïntimeerde vorderde betaling van ruim €10.000 bij de kantonrechter. Appellant verscheen wel, maar voerde geen verweer, waarna de kantonrechter de vordering toewijst. Appellant stelde verzet in tegen dit vonnis, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het vonnis geen verstekvonnis was, maar op tegenspraak was gewezen.
Appellant ging in hoger beroep tegen zowel het vonnis van 21 december 2022 als het verzetvonnis van 3 mei 2023. Het hoger beroep tegen het eerste vonnis was te laat en het beroep tegen het verzetvonnis faalde omdat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Appellant voerde aan dat hij geen eerlijk proces had gehad omdat hij niet tijdig was geïnformeerd over de termijn om verweer te voeren, wat volgens hem in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat het vonnis van 21 december 2022 duidelijk een vonnis op tegenspraak is, ook al ontving appellant mogelijk geen bericht over de termijn voor verweer. De procedure is daarom niet als verstekprocedure te beschouwen. Het hof wees het beroep af en bekrachtigde het verzetvonnis. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen het vonnis van 21 december 2022 en het verzetvonnis van 3 mei 2023 is bekrachtigd.