ECLI:NL:GHAMS:2025:78
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenkomst cessionaris AirHelp in compensatievordering tegen KLM afgewezen
AirHelp vordert incidenteel tussenkomst in een hoofdzaak waarin passagiers compensatie van KLM eisen wegens een vertraagde vlucht. KLM stelt dat de passagiers hun vorderingen aan AirHelp hebben gecedeerd. De kantonrechter wees de vordering tot tussenkomst af, waarop AirHelp hoger beroep instelde.
Het hof oordeelt dat AirHelp ontvankelijk is in haar beroep omdat het bestreden vonnis een eindvonnis is voor haar. Het hof gaat veronderstellenderwijs uit van de cessie en beoordeelt het belang van AirHelp bij tussenkomst, mede vanwege het risico van verjaring van haar vordering.
Het hof stelt dat aan de voorwaarden voor tussenkomst volgens art. 217 en Pro 218 Rv moet worden voldaan, waaronder tijdigheid en voldoende belang. KLM betwist de tijdigheid van de incidentele conclusie. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen van partijen over tijdigheid en het bestaan van een aanhangig geding.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing, waarbij het hof benadrukt dat het belang van AirHelp bij tussenkomst ook bij een mogelijk eindvonnis in de hoofdzaak blijft bestaan vanwege haar hoger beroep tegen de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot tussenkomst van AirHelp wordt afgewezen en de zaak wordt verwezen voor nadere uitlatingen.