ECLI:NL:GHAMS:2025:905
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging beschikking huurrecht echtelijke woning na echtscheiding
De rechtbank Amsterdam had bij beschikking bepaald dat de vrouw huurster zou zijn van de echtelijke woning, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding, en deze beschikking was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De man ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging.
Het hof heeft de belangen van partijen afgewogen. De vrouw woont sinds april 2023 weer in de woning en wil dat het vonnis direct wordt uitgevoerd. De man stelt dat hij geen alternatieve woonruimte heeft die aansluit bij zijn werk en inkomen, en dat hij door directe uitvoering in een noodsituatie komt. De vrouw stelt dat de situatie onhoudbaar is vanwege bedreigingen en mishandeling, en dat zij geen alternatieve woonruimte heeft, maar biedt de man wel een stacaravan en een verblijf bij zijn vader aan.
Het hof oordeelt dat de belangen van de man bij schorsing zwaarder wegen dan die van de vrouw bij onmiddellijke uitvoering. De situatie is onaangenaam, maar niet onhoudbaar voor de vrouw. De man heeft aannemelijk gemaakt dat hij geen werkbaar alternatief heeft en dat tijdelijke opvang bij zijn vader niet redelijk is vanwege diens dementie. Daarom wordt het schorsingsverzoek toegewezen en de tenuitvoerlegging opgeschort totdat in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de beschikking dat de vrouw huurster wordt van de woning is geschorst totdat in de hoofdzaak is beslist.