ECLI:NL:GHAMS:2026:1117
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkracht vader met schulden
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin hij werd veroordeeld tot het betalen van €350 kinderalimentatie per maand voor zijn minderjarige kind, [minderjarige 1]. De vader voerde aan dat hij vanwege zijn lage inkomen, onderhoudsverplichtingen voor andere kinderen en aanzienlijke schulden niet in staat was deze bijdrage te betalen. De moeder stelde dat hij minimaal €100 per maand kon bijdragen.
Het hof heeft de behoefte van het kind vastgesteld op €195 per maand, gebaseerd op het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en het kindgebonden budget. De draagkracht van de vader werd berekend op €158 per maand, rekening houdend met zijn inkomen, woonlasten, overige lasten en een redelijke aflossing van zijn schulden. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op €416 per maand, verdeeld over haar drie kinderen.
Gezien de gezamenlijke draagkracht van €192 per maand, die net onder de behoefte ligt, en de beperkte draagkracht van de vader, heeft het hof de kinderalimentatie van de vader vastgesteld op €53 per maand vanaf 27 maart 2025, met een indexering naar €55 per maand per 1 januari 2026. De eerdere beschikking van de rechtbank is vernietigd en de vader is niet gehouden tot terugbetaling van niet-betaalde alimentatie over de periode daarvoor.
Uitkomst: Vader moet vanaf 27 maart 2025 €53 per maand kinderalimentatie betalen, met indexering naar €55 per maand per 1 januari 2026.