Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1129

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.359.769/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderzoeksbudget in enquêteprocedure Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde op 28 april 2026 een beschikking in een enquêteprocedure betreffende Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V. De procedure betreft een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van deze vennootschappen vanaf eind 2023.

De Ondernemingskamer had eerder onderzoekers benoemd om dit onderzoek uit te voeren. Op 17 april 2026 deelden de onderzoekers hun plan van aanpak en een begroting van de kosten met de Kamer en de betrokken partijen. Partijen werden vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich over de begroting uit te laten.

Verschillende belanghebbenden, waaronder de ondernemingsraad van Nexperia B.V., Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V., de Staat der Nederlanden en door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders, hebben geen bezwaren tegen de begroting geuit. De onderzoekers hadden een totaalbedrag van €725.000 exclusief btw begroot voor het onderzoek.

De Ondernemingskamer oordeelde dat de begroting en het plan van aanpak voldoende waren toegelicht en niet onredelijk waren. Daarom stelde zij het maximale bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op €725.000 exclusief btw. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en raadsheren.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget voor het onderzoek naar Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V. wordt vastgesteld op maximaal €725.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.359.769/01 OK
Beschikking van de Ondernemingskamer van 28 april 2026
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
mr. J.L. van der Schriecken
mr. M.C. Burggraaf, kantoorhoudend te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. J.L. van der Schriecken
mr. M.C. Burggraaf, kantoorhoudend te Amsterdam,
en tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
YUCHING HOLDING LIMITED(
裕成控股有限公司),
gevestigd te Speciale Administratieve Regio Hongkong,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: thans
mrs. D.J.F.F.M. Duynsteeen
T. Drenth, kantoorhoudend te Amsterdam (voorheen
mrs. B.A. de Ruijteren
A.D. Polkerman, kantoorhoudend te Amsterdam),
en tegen

2 [bestuurder/CEO]

wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: thans
mrs. J.A. van de Hel,
G.A. Smit,
B.C. Elion,
J. Winden
M.A. Wielinga Carvajal, kantoorhoudend te Amsterdam (voorheen
mrs. W.A. Vader,
E. Meijer van Gelderen,
P.F.M. Elsenburgen
T.C. Hieselaar, kantoorhoudend te Amsterdam),
en tegen

3 [bestuurder/CLO] ,

wonende te [plaats] ,
4.
[COO],
wonende te [plaats] ,
5.
[CEO],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
en tegen

6 DE ONDERNEMINGSRAAD VAN NEXPERIA B.V.,

gevestigd te Nijmegen,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. S.F.H. Jellinghaus,kantoorhoudende te Rotterdam, en
mr. J.M. Blok, kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen

7 DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT,

zetelende te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mrs. P.P.M. van Kippersluis,
R. den Boeren
K.A. Groenendijk, kantoorhoudend te Den Haag,
en tegen
8. de door de Ondernemingskamer benoemde niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding B.V. en Nexperia B.V.,
Guido Rolf Clemens DIERICK,
wonende te Eindhoven,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. M.W.E. Evers, kantoorhoudend te Amsterdam,
9. de door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van aandelen in het kapitaal van Nexperia Holding B.V.
A.R.J. CROISET VAN UCHELEN,
wonende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. P.N. Wakkie, kantoorhoudend te Amsterdam.
1.
Het verdere verloop van het geding
1.1
De Ondernemingskamer verwijst voor het verloop van het geding in deze zaak naar haar beschikkingen van:
 1 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2738);
 7 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2739);
 8 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2740);
 13 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2742);
 13 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2752);
 11 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:318);
 17 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:508).
1.1
Voor zover nu van belang heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V. over de periode vanaf eind 2023 en mrs. M. Bijkerk en R.J.W. Analbers, beiden kantoorhoudend te Amsterdam (hierna: de onderzoekers) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.2
Bij e-mail van 17 april 2026 hebben de onderzoekers hun plan van aanpak (inclusief begroting van de kosten van het door haar te verrichten onderzoek) en onderzoeksprotocol met de Ondernemingskamer en partijen gedeeld.
1.3
Bij e-mail van dezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.
1.4
Bij e-mail van 23 april 2026 heeft de ondernemingsraad van Nexperia B.V. laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting.
1.5
Bij e-mails van 24 april 2024 hebben ook Nexperia B.V., Nexperia Holding B.V., de Staat der Nederlanden, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de door de Ondernemingskamer benoemde niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia B.V. en de door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van aandelen in het kapitaal van Nexperia Holding B.V., laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting.
1.6
Van de overige belanghebbenden heeft de Ondernemingskamer geen reactie ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoekers hebben in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welke uurtarieven daarbij zullen worden gehanteerd. Ook zijn de te verwachten verschotten voldoende toegelicht. De onderzoekers hebben begroot dat het onderzoek in totaal € 725.000,-, exclusief btw, zal kosten.
2.2
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen het plan van aanpak of de begroting van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 725.000,-, exclusief btw.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 725.000,-, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh, mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. M.J.R. Broekema RV en drs. G. Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. S. IJntema, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.