ECLI:NL:GHAMS:2026:1168
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevel tot overlegging bankrekeninggegevens in geschil over vernietiging effectenleaseovereenkomsten
In deze civiele zaak staat de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten centraal, die door [geïntimeerde] met [appellant] zijn gesloten zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot. De echtgenoot heeft de vernietiging ingeroepen op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro. De kantonrechter heeft de vernietiging van de overeenkomsten uitgesproken en [appellant] veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde].
[Appellant] gaat in hoger beroep tegen het oordeel dat de vordering tot vernietiging niet is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk bekend is met de overeenkomst. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verjaring is gestuit door een collectieve actie op 13 maart 2003, waardoor verjaringstermijnen voor overeenkomsten vanaf 13 maart 2000 tijdig zijn gestuit.
[Appellant] stelt dat betalingen vanaf een en/of-bankrekening zijn gedaan en dat de echtgenoot daardoor bekend was met de overeenkomsten. [Geïntimeerde] betwist dit en stelt dat de rekening pas tussen 2010 en 2013 een en/of-rekening werd. Het hof beveelt [geïntimeerde] daarom op grond van artikel 22 lid 1 Rv Pro om stukken te overleggen waaruit blijkt dat de rekening eerder alleen op haar naam stond. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na overlegging en reactie.
Uitkomst: Het hof beveelt overlegging van bankrekeningstukken en houdt verdere beslissing aan.