Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
grief 2betogen [appellanten] dat de kantonrechter de verschillen in de artikelen 6d en 7 in de concept-koopovereenkomst en in de definitieve getekende overeenkomst onvolledig heeft weergegeven. Het hof zal hier bij de beoordeling rekening mee houden. De door de kantonrechter wel vastgestelde feiten zijn tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. Die feiten zijn, voor zover in hoger beroep van belang en waar nodig aangevuld met andere onomstreden feiten, de volgende.
Bouwkundig Rapport(hierna: het rapport [bedrijf 1] ) staat op pagina 8 onder meer:
Bouwkundig Onderzoek Rapport(hierna: het rapport BIJN) staat onder meer:
4.De procedure bij de kantonrechter
5.De vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 9komen [appellanten] op tegen de afwijzing door de kantonrechter van hun beroep op schending van de klachtplicht door [geïntimeerde] . Deze grief slaagt niet. Dat oordeel berust op het volgende.
grieven 1, 2, 4, 5 en 6, in de kern, dat artikel 7 van Pro de koopovereenkomst verder strekt dan de kantonrechter heeft overwogen. Deze grieven slagen niet. Aan dit oordeel liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
grief 3betogen [appellanten] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat het rapport [bedrijf 1] [geïntimeerde] geen aanleiding gaf voor verder onderzoek naar de bouwkundige staat van het dak van het bijgebouw en dat [geïntimeerde] aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. Deze grief faalt, om de volgende redenen.
grief 8richten [appellanten] zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de tekortkoming aan hen kan worden toegerekend.
,ECLI:NL:HR:2001:AB1338, overwogen dat de verkeersopvattingen meebrengen dat een tekortkoming bestaande in een gebrek van een verkochte zaak in beginsel voor rekening van de verkoper komt, ook als deze het gebrek kende noch behoorde te kennen, dat dit slechts anders zal kunnen zijn in geval van, door de verkoper zo nodig te bewijzen, bijzondere omstandigheden en dat het bestaan van dergelijke bijzondere omstandigheden niet snel zal mogen worden aangenomen. Hoewel dit arrest van de Hoge Raad gaat over een gebrek in een industrieel vervaardigd product, dat naar zijn aard verschilt van een woning waar het in deze zaak om draait, oordeelt het hof dat deze maatstaf in dit geval toepassing vindt en dat op grond daarvan de tekortkoming aan [appellanten] wordt toegerekend.
grief 7dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat zij de hoogte van de door [geïntimeerde] gevorderde schadevergoeding niet hebben betwist.
grief 10komen [appellanten] op tegen het oordeel dat [geïntimeerde] de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro niet heeft geschonden door in eerste aanleg enkel een concept-koopovereenkomst in het geding te brengen en niet de definitieve koopovereenkomst.