ECLI:NL:GHAMS:2026:1336
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid appellant na verzoek tot doorhaling in hoger beroep civiele zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter in kort geding. Na het nemen van memorie van antwoord door geïntimeerde en het bepalen van een datum voor mondelinge behandeling, verzocht appellant het hof om doorhaling van de zaak en dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Geïntimeerde stemde niet in met het verzoek tot doorhaling en vorderde veroordeling van appellant in de proceskosten. Het hof oordeelde dat doorhaling slechts op eenstemmig verzoek van partijen kan plaatsvinden en omdat geïntimeerde niet instemde, kon het hof niet tot doorhaling overgaan.
Aangezien appellant de zaak niet wilde voortzetten, verklaarde het hof hem niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof compenseerde de proceskosten omdat geïntimeerde het gehuurde vrijwillig ontruimde nadat het hoger beroep was ingesteld, waardoor het procesbelang van appellant kwam te vervallen. Het arrest werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 19 mei 2026.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en proceskosten worden gecompenseerd.