In deze zaak staat centraal of [X] B.V. in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten en of zij aansprakelijk is voor een schadevergoeding van € 1.914,22 aan [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2]. De kantonrechter had eerder vastgesteld dat sprake was van een toerekenbare tekortkoming en had de schadevergoeding toegekend.
Het hof overweegt dat een bewindvoerder zich moet gedragen als een goed bewindvoerder en proactief moet optreden om de belangen van de rechthebbende te beschermen. Hoewel de bewindvoerder tekort is geschoten door onvoldoende actie te ondernemen bij wisselende inkomsten en toeslagen, heeft het hof vastgesteld dat de ontvangen gelden zijn gebruikt voor aflossing van bestaande schulden, waardoor geen daadwerkelijke schade is geleden.
De grieven van [X] richten zich op de grondslag van aansprakelijkheid, de periode van aansprakelijkheid en de omvang van de schade. Het hof volgt de kantonrechter in de toerekenbare tekortkoming, maar wijst het verzoek tot schadevergoeding af omdat de maandelijkse vergoedingen voor werkzaamheden niet als schade kunnen worden aangemerkt.
Daarmee vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst de verzoeken van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] af.